De evolutie van de mens

evolutie rockartZowel cultureel als fysiek zijn wij gevormd in de relatie met ons voedsel. Ik geef hier een beknopt overzicht van onze vroegste geschiedenis.

Onze vroegste voorouders

Onze vroegste voorouders leefden zo’n 5,6 miljoen jaar geleden in Afrika. Ze aten hetzelfde als we zien bij huidige mensapen. Vruchten, bladeren, wortels, boombast en insecten. Er zijn ook resten gevonden van een maal van het vlees en beenmerg van een antiloop. Duidelijk is dat deze verre voorouders vooral aten wat er beschikbaar was in hun omgeving. Alles werd rauw gegeten.

De eerste mensachtigen

De eerste mensachtigen van het genus Homo, Homo habilis, ontstonden ongeveer 2,8 miljoen jaar geleden. Deze mensachtigen liepen op twee benen. Van deze mensachtigen hebben we het bewijs dat ze stenen werktuigen gebruikten. Het gebruik van werktuigen is dan ook, de eigenschap waarmee onze wetenschappers het begin van de mensen van het geslacht Homo definiëren. Er is geen aanwijzing dat het dieet van deze vroege soorten van Homo, verschilde met het dieet van de vroegste voorouders waar ze uit zijn ontstaan.

De ontwikkeling van de hersenen

evolutie archeologieDe ontwikkeling van hersenen begon ook 2,8 miljoen jaar geleden. De mensachtigen uit die tijd hadden een iets grotere herseninhoud als de huidige chimpansees, namelijk 600 cm3 in plaats van 500 cm3. In de volgende 700.000 jaar, wordt de herseninhoud van de vroege Homo soorten steeds groter.

Rond 1,9 miljoen jaar geleden ontstond Homo erectus. Homo erectus had een herseninhoud van 800-1100 cm3. De ontwikkeling naar een steeds grotere herseninhoud ging door tot aan de Neanderthalers. Deze hadden een herseninhoud van 1200 tot 1900 cm3, groter dan de huidige mens Homo sapiens, die gemiddeld een herseninhoud van 1330 cm3 heeft.

Waarom heeft de archeologie het over herseninhoud en niet over IQ, een grote neocortex of andere eigenschappen die we nu met intelligentie associeren? Het komt allemaal neer op bewijs en wat we nog terug kunnen vinden, na al die tijd. Als er een schedel gevonden wordt, is deze leeg, de weke hersenen zijn allang vergaan. De enige vergelijkingsmaat is de inhoud van de schedel, vandaar dat deze gebruikt wordt in de archeologie.

Menselijke hersenen zijn zo groot omdat wij een heel uitgebreide motoriek hebben. Met onze handen en vingers kunnen wij gereedschappen maken, die andere wezens niet kunnen maken. Mensen hebben taal ontwikkeld die ervoor zorgt dat er een heel complexe sociale structuur heeft kunnen ontwikkelen. Daar heb je ook weer veel hersencapaciteit voor nodig. Onze hersenen beslaan ongeveer 2 % van ons lichaamsgewicht. Om goed te functioneren hebben hersenen enorm veel energie nodig. Ongeveer 20% van de energie die we dagelijks in de vorm van voedsel opnemen. Wat heeft nu de ontwikkeling van de hersenen mogelijk gemaakt?

Het gebruik van vuur

evolutie vuurVuur is een natuurlijk verschijnsel. Bosbranden ontstaan door blikseminslag en boezemen alle levende wezens terecht angst in. Na een bosbrand is er voor predatoren en alleseters, een feestmaal. Dieren die niet hebben kunnen vluchten, zijn gestikt in de rook en gedeeltelijk verbrand. Plantenzaden zijn gepoft, wortels en knollen gestoofd. Dit alles is makkelijk te verteren voedsel. Ergens in onze evolutie werd vuur niet meer de vijand. Het werd een gereedschap, want vuur verwarmt je en beschermd tegen wilde dieren. Als je vuur hebt, hoef je ’s nachts niet meer in een nest in een boomtop te slapen. Je kan op de grond rond een kampvuur zitten of je verwarmt een grot, dan zit je ook nog eens droog en beschut.

Homo erectus was de eerste mensachtige die het maken van vuur beheerste. De eerste bewezen resten van door Homo erectus beheerst vuur zijn gevonden in een grot in Zuid-Afrika en zijn op 1 miljoen jaar geleden gedateerd. Dit betekend zeker weten dat we 1 miljoen jaar geleden voor het eerst vuur zijn gaan maken. Het kan best zijn dat de mensachtigen dat veel eerder zijn gaan doen. Een kampvuur op de savanne is na ruim 1 miljoen jaar bosbranden, vegetatiegroei en weersinvloeden niet meer als zodanig terug te vinden. Alleen als de resten van een kampvuur zich in een grot bevinden waar de sedimenten ongeschonden zijn, kan er een duidelijke datering gemaakt worden.

De invloed van vuur op het voedsel

evolutie roken zalmDoor voedsel te koken en braden, wordt het makkelijker te eten. Zetmeel wordt door verhitting beter verteerbaar en de sterke celwanden van planten worden zacht, zodat de inhoud vrijkomt voor vertering. Collageen in vlees smelt door verhitting en gebraden vlees is makkelijker te kauwen. Hierdoor komen er meer energie en nutriënten vrij tijdens de vertering van het voedsel in vergelijking met rauw voedsel.

Een aantal giftige stoffen worden geneutraliseerd door verhitting en zo worden meer planten als voedselplant bruikbaar. Bacteriën in rauw vlees worden gedood door verhitting. Hierdoor heeft het immuunsysteem minder werk. Met vuur kan je vlees drogen waardoor het langer houdbaar wordt.

Met de komst van vuur, kwam er niet alleen een verhoging van de energie die uit voedsel gehaald kon worden, er was ook een toename in de hoeveelheid beschikbare soorten voedsel. Dit betekende dat er meer energie beschikbaar kwam voor de ontwikkeling van ons lichaam en onze hersenen. De uitvinding van vuur en het koken van voedsel heeft de ontwikkeling naar de moderne mens mogelijk gemaakt.

De invloed van koken op de mens

Voor het halen van energie uit rauw voedsel is veel werk nodig. Je hebt grote gespierde kaken met grote kiezen nodig om het voedsel te vermalen. Je hebt een dikke buik met een lang darmstelsel nodig om het voedsel te verteren. Onze vroegste voorouder leken fysiek dan ook erg veel op de huidige mensapen. Met de komst van vuur en de betere verteerbaarheid van voedsel door koken, kunnende de darmen van de mens korter worden en de buik platter. De kaken en kiezen hoefden minder zwaar werk te doen met het kauwen en werden daarom kleiner. Dit zie je terug in de lichamelijke veranderingen van de mensaap naar moderne mens.

De vroege mensachtigen hadden door de ontwikkeling van het vuur, minder tijd nodig om het eten te verzamelen en te kauwen. Dat betekend dat er meer tijd was voor sociale interactie en om de omgeving te verkennen. Beide activiteiten die een grotere hersencapaciteit vergen. De herseninhoud wordt dan ook steeds groter. De mens wordt nieuwsgierig naar zijn omgeving. Is er over de heuvels meer voedsel te vinden?

De mens verspreid zich

evolutie afrikaHomo erectus was de eerste mensachtige, die zo’n 1,5 miljoen jaar geleden, Afrika heeft verlaten en Europa en Azië heeft gekolonialiseerd. In Afrika bleef een groep van Homo erectus achter, deze groep wordt ook wel Homo ergaster genoemd. 800.000 Jaar geleden begon het klimaat grilliger te worden. Wetenschappers vermoedden dat dit een grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de mens. Het zich, door steeds groter wordende hersenen, kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden, bleek een uitermate bepalende eigenschap voor de mens te zijn. Uit de groep van Homo ergaster ontstond zo’n 200.000 jaar geleden, de moderne mens, Homo sapiens in het noordoosten van Afrika. In Ethiopië zijn de oudste fossiele resten van Homo sapiens gevonden.

De verspreiding van Homo erectus, kwam tot Europa, het Midden-Oosten en uiteindelijk Zuid-Oost Azië. Door aanpassing aan de verschillende omstandigheden die Homo erectus tegenkwam, zijn er verschillende typen mensen ontstaan. In Europe ontstond 500.000 jaar geleden onder andere het type mens dat we tegenwoordig de Neanderthaler noemen.

De tweede golf van verspreiding, die van Homo sapiens, kwam veel later. Uitgebreid genetisch onderzoek komt tot één onomstreden conclusie. Alle huidige niet-Afrikaanse mensen ter wereld stammen af van één groep mensen die ongeveer 50.000 jaar geleden uit Afrika migreerden. Eerst verspreidde de moderne mens zich over India en Azië. Meer dan 47.000 jaar geleden kwamen de eerste mensen aan in Australië. De oudste gevonden resten van de moderne mens in Europa worden geschat op zo’n 43.000 jaar oud.

Eenmaal uit Afrika kwam de moderne mens, de nazaten van Homo erectus tegen, zoals de Neanderthalers in Europa. Homo sapiens heeft zo’n 10.000 jaar samen met de Neanderthalers in Europa geleefd. Daarna zijn de Neanderthalers verdwenen, maar nog 1 tot 2 % van onze genen stammen af van de Neanderthalers. We hebben elkaar toen soms wel erg leuk gevonden.